Regioplan Wind: minder molens, meer windenergie

Provinciale Staten heeft op 13 juli jl. het regioplan Wind vastgesteld. Meer duurzame energie, minder windmolens en een fraaier landschap. Dat is de kern van het Regioplan Windenergie. Tevens is de mogelijkheid van financiële participatie geborgd en creëert het plan nieuwe werkgelegenheid. GroenLinks is voorstander van dit beleid. Zorgelijk is de nog onbekende extra hoogtebeperking door vliegveld Lelystad. Het kan de uitvoerbaarheid van het regioplan in groot gevaar brengen.  

Minder windmolens, fraaier landschap
Het Regioplan Wind is opgesteld in nauwe samenwerking met de gemeenten Zeewolde, Dronten, Lelystad en de windverenigingen. Bestaande 600 kleine windmolens in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland worden op termijn vervangen door 300 nieuwe, grotere exemplaren met meer vermogen. In plaats van verspreid in het landschap komen de nieuwe windmolens geconcentreerd in lijnopstellingen. Hierdoor wordt open landschap herstelt. Voorwaarde voor het bouwen van nieuwe windmolens is dat de oude gesaneerd worden. Hiervoor moeten de huidige moleneigenaren schadeloos gesteld worden. De kosten hiervan moesten binnen het plan weer gefinancierd worden. Dat maakte het plan gecompliceerd. 

Klimaatambities
Flevoland heeft grote klimaatambities: klimaatneutraal in 2030. Dat is een enorme opgave. Windenergie zal hierin een belangrijke rol spelen als duurzame energiebron. Regioplan Windenergie maakt het nieuw beleid mogelijk: saneren en opschalen. Om de ambities ook daadwerkelijk te halen moet er zo snel mogelijk gestart worden met de uitvoering.

Hoogtebeperking door vliegveld Lelystad 
Punt van zorg is de nu nog onzekere extra hoogtebeperking door vliegveld Lelystad. Dit kan de uitvoerbaarheid van het regioplan in gevaar brengen. Daarom heeft GroenLinks gepleit voor voldoende flexibiliteit in het Regioplan om de negatieve effecten van het vliegveld op te kunnen vangen. Het vliegveld zorgt voor sowieso al een hoogtebeperking in bijna heel Oostelijk- en Zuidelijk Flevoland. Dat betekent dat er fors minder duurzame energie opgewekt kan worden en dat de windmolens minder rendement hebben. 

Hinder
Natuurlijk moeten de windmolens ook zo geplaatst worden dat ze geen hinder veroorzaken bij de omwonenden. Wet- en regelgeving moet hiervoor zorgdragen. Bovendien moet voor elke lijnopstelling een Milieu Effect Rapportage opgesteld worden. Indien nodig kunnen mitigerende maatregelingen worden getroffen. Hinder van obstakelverlichting moet zoveel mogelijk worden voorkomen. GroenLinks Statenfractie heeft een amendement gesteund die dit mogelijk maakt. 
Goede ruimtelijke inpassing van windmolens vindt GroenLinks ook belangrijk. Dat maakt het plan mogelijk door aan te sluiten bij de infrastructuur (wegen, sloten en dijken) of natuurlijke lijnen. Of er sprake is van horizonvervuiling is een kwestie van smaak. Voor- en tegenstanders zullen het daar nooit over eens worden. Iedereen moet zich wel realiseren dat, indien we niet in hoog tempo energieneutraal worden, de gemiddelde temperatuur van de aarde met meer dan 2 graden gaat stijgen. Dit zorgt voor desastreuze en onomkeerbare gevolgen voor het klimaat. In Parijs zijn hier vorig jaar afspraken over gemaakt. Onze generatie is de eerste generatie die wordt geconfronteerd met het klimaatprobleem en tegelijkertijd de laatste generatie die er wat aan kan doen. Horizonvervuiling van windmolens kan, gezien de urgentie, daarom geen issue meer zijn.  Die luxe hebben we niet meer.

Minder rendement door amendement
Bij de behandeling van het regioplan Wind is door Provinciale Staten een amendement van de VVD aangenomen die voor de lijnopstelling langs de A27 en een aantal locaties in het noorden van Oostelijk Flevoland maar een maximale ashoogte van 120 meter toestaat in plaats van 150 meter.  De VVD wilde hiermee de bezwaarmakers uit Almere en Huizen tegemoet komen. In de praktijk echter zie je het verschil tussen 120 en 150 meter niet. Maar 30 meter lagere molens hebben wel heel veel effect op het rendement van een windmolenpark. Tevens worden de initiatiefnemers verplicht de maximaal haalbare rotorvermogen te plaatsen. Het was overduidelijk dat de VVD en de rest van de coalitie weinig kennis van zaken hadden en dat ze de (financiële) gevolgen van hun amendement niet kenden. GroenLinks heeft in het debat de VVD hier op doorgevraagd en gewezen op de consequenties. Helaas bleef het standpunt van de coalitie ongewijzigd. Gedeputeerde Arie Stuivenberg (SP) was niet blij maar moest dit wel slikken.  De wil van de VVD is binnen de coalitie immers Wet. Met het amendement heeft de VVD bewust de business cases van meerdere lijnopstellingen negatief beïnvloed zodat deze een stuk minder renderen. Heel bijzonder voor een partij die zegt op te komen voor de ondernemers.