Telkens met een goed gevulde publieke tribune en actievoerders met spandoeken op het gras buiten de Statenzaal. De commotie over verondersteld dierenleed leidde tot het instellen van een commissie onder leiding van oud CDA-politicus Pieter van Geel. Deze commissie deed de aanbeveling om de grote grazers flink te reduceren en te starten met de aanleg van bomen, poelen en struiken en het verlagen van het waterpeil om ruimte te geven aan moeras en rietontwikkeling voor de vogelsoorten die op de lijst staan van de Natura2000 verplichtingen.
Liever uitbreiding van de natuur dan afschot.
GroenLinks, PvdA en de Partij voor de Dieren stemden destijds tegen deze aanbevelingen vanwege het hoge aantal dieren dat geschoten of geslacht moest worden. Om deze dieren meer ruimte en voedsel te geven, stelden wij als voorwaarde dat de ooit geplande natuurlijke verbinding tussen OVP en de Randmeren in ere hersteld zou worden. Helaas was er geen politiek en maatschappelijk draagvlak voor onze standpunten. In de vorige Statenperiode hebben GroenLinks en de PvdA hun standpunt gewijzigd en zijn we meegegaan met de beleidswijzigingen voor de Oostvaardersplassen. De zorgen over de afschot van zoveel dieren bleven, maar we zagen ook dat de maatregelen de biodiversiteit in het gebied zouden verbeteren en daarmee de vogelstand.
De Oostvaardersplassen revisited.
Zes jaar na het rapport van van Geel en vele miljoenen aan investeringen later, is er door de universiteit van Wageningen een evaluatie geweest. De conclusies zijn positief en GroenLinks-PvdA is tevreden over deze review. Alle onderdelen zoals de herbebossing, de aanleg van poelen en beschutting voor de grazers en herstel van het moerasgebied, zijn uitgevoerd. Er zijn meer meer broedvogels in de randzone, maar voor een aantal riet- en moerasvogels worden de N2000 doelstellingen niet gehaald. Daar is het misschien te vroeg voor concluderen de onderzoekers, want het gebied is nog in ontwikkeling.
Er is afgesproken dat Staatsbosbeheer gaat onderzoeken hoe het staat met de aantallen kleine zoogdieren, insecten, amfibieën en vissen. Met een goede stand van muizen en andere beestjes krijg je meer vogels. De ontwikkeling van flora en fauna geeft daarnaast een beeld van het biodiversiteitsherstel. Op basis van deze inzichten kan Staatsbosbeheer dan aanvullende maatregelen nemen.
Het rapport geeft aan dat aan alle aspecten van het dierenwelzijn van de grote grazers is voldaan. De herten, paarden en runderen vullen elkaar aan in graasgedrag, houden het gebied open en het gras kort voor de duizenden ganzen die hier overwinteren. Nog steeds zijn er zogenaamde dierenactivisten die vinden dat met name de Heckrunderen de hele winter bijgevoerd moeten worden. Onlangs zijn we in een open wagen achter de tractor het gebied ingegaan. Het ligt er mooi bij en zelfs de meest kritische statenleden moesten toegeven dat de runderen er prima uitzagen. Je zou willen dat alle gehouden dieren in Flevoland zo’n leven hadden als de grazers in de Oostvaardersplassen met vrije uitloop en kuddevorming!