Gesteund door de conservatieve meerderheid in de Provinciale Staten heeft het college besloten het gehavende beeld niet te restaureren en terug te plaatsen. Zij willen het kunstwerk teruggeven aan de erven van kunstenaar Rudi van de Wint in Den Helder.
Dat besluit is opvallend. Uit onderzoek dat het college heeft laten uitvoeren blijkt dat restauratie en terugplaatsing zeker mogelijk is. Het onderzoek benadrukt de Tong als herkenningspunt in het Flevolandse landschap en onderdeel van het verhaal van Flevoland. Ook was er geld begroot voor restauratie -na de koperdiefstal- en herplaatsing.
Toch koos het provinciebestuur ervoor om het kunstwerk definitief uit Flevoland te laten verdwijnen. Op de achtergrond speelt mee dat er vanuit conservatief christelijke hoek al jaren tegen de Tong geageerd wordt vanwege de oorspronkelijke naamgeving: Tong van Lucifer. Hoewel de kunstenaar daar niets godslasterlijk mee bedoelde en het beeld later werd omgedoopt tot de Tong, zijn zij het beeld liever kwijt dan rijk. Een motie, mede ingediend door PRO, D66 en PvdD, om het beeld terug te plaatsen en te beveiligen, haalde het niet. Ook de VVD, in de vorige statenperiode nog een fervent verdediger van de Tong, stemde tegen. Een motie van het CDA om een wedstrijd uit te schrijven voor een nieuw ‘hufter-proof’ kunstwerk haalde het evenmin.
Voor PRO Flevoland is dit een gemiste kans. Niet alleen voor het kunstwerk als ‘landmark’ op de Knardijk, maar ook over hoe wij omgaan met kunst en cultuur in onze openbare ruimte. Vandalisme mag niet bepalen wat er aan kunst uit onze provincie verdwijnt. Juist kunst die verbonden is met de geschiedenis en identiteit van Flevoland verdient bescherming.